Diereninfo
Alles over...Pinguins
Brrrrr
Het aller-koudste en winderigste gebied op aarde is Antarctica, op de Zuidpool. Hier vind je twee soorten pinguïns: de keizerspinguïn en de Adéliepinguïn. Maar er wonen ook pinguïns langs de kusten van Zuid- Amerika, Afrika, Australië en Nieuw Zeeland. Ze leven vaak op eilanden waar geen roofdieren zijn.
17 Soorten
Er bestaan 17 soorten pinguïns. Ze lijken allemaal op elkaar, met hun zwarte of donkergrijze ruggen en witte buiken. Aan hun koppen kun je het verschil zien. Ze zijn er soms naar genoemd: je hebt bijvoorbeeld geelkuif-, kinband-, dikbek-, geeloog- en brilpinguïns. Bovendien is de ene soort groter dan de andere. De keizerspinguïn is het grootst. Hij kan meer dan een meter hoog worden en zo’n 40 kilo wegen. De dwergpinguïn is het kleinst. Zijn lengte blijft onder de 30 cm. en zijn gewicht ligt rond 1 kilo!

Bijna alle pinguïns leven en broeden in groepen. Soms broeden ze in ‘kolonies’ van wel honderdduizenden dieren. Ze maken daarbij verschrikkelijk veel lawaai. Pinguïns leggen één of twee (en heel soms drie) eieren. Dat doen ze in nesten van gras of in kuiltjes op de rotsen. Pinguïns uit warmere streken nestelen in holen of in zelf gegraven gangen. Er zijn ook pinguïns die helemaal geen nest maken.
Vogels met vinnen
Pinguïns zijn vogels die niet kunnen vliegen. Ze hebben sterke vinnen in plaats van vleugels. Op het land lopen ze rechtop, grappig waggelend als clowntjes. Maar in de sneeuw kunnen ze harder rennen dan een mens. Op het ijs glijden ze op hun buik. Ze zetten zich af met hun poten en vleugels en lijken net snelle sleetjes.Pinguïns zijn kampioenen in zwemmen en duiken. Het lijkt alsof ze door het water vliegen. Snel als raketten jagen ze achter vissen aan. Ze zijn helemaal aangepast aan het leven in zee. Ze hebben ‘roeivleugels’ en ‘stuurpoten’. En ze zijn fraai gestroomlijnd. Soms duiken ze als dolfijnen boven en onder water. Als ze boven water komen, halen ze adem terwijl ze keihard doorzwemmen.

Keizerspinguïns kunnen meer dan 250 meter diep duiken om hun prooien te vangen. Hoe dat kan, begrijpt niemand. Kleinere pinguïns jagen meer aan de oppervlakte van het water. Omdat Antarctica bijna helemaal is bedekt met ijs, is er niet veel eetbaars te vinden. Maar in zee krioelt het van het voedsel! Het wemelt er van drijvende mini-plantjes en mini-diertjes (plankton), mini-kreeftjes (krill), vissen en zeewier. Pinguïns halen dan ook al hun eten uit het water. Ze vangen vooral krill, vissen en inktvissen. Alle pinguïns drinken zoet en zout water. Als het nodig is ‘drinken’ ze ook sneeuw.
Warm blijven
Hoe kunnen pinguïns overleven in de ijzige kou? Door hun superdikke, waterdichte verenkleed. De veren hebben aan de onderkant dons. Ze passen als schubben over elkaar. En pinguïns hebben ook een vetlaag onder hun huid. Hoe kouder de plek waar ze leven, hoe dikker die laag. De keizerspinguïn van Antarctica is maar iets groter dan de koningspinguïn. Maar hij is twee keer zo dik!Pinguïns uit warmere streken hebben ook een dunner verenkleed. Soms hebben ze zelfs kale plekken op hun kop om koel te blijven.
In de tijd van de rui blijven pinguïns aan land. Ze krijgen nieuwe veren, maar verliezen eerst grote plukken oude veren. Ze zijn dan niet meer waterdicht en kunnen dus geen voedsel zoeken in het water. Daardoor worden ze heel mager.
Keizerspinguïns
Keizerspinguïns leven bijna altijd in zee. Ze komen alleen aan land om te broeden en te ruien. Ze maken geen nest (net als de koningspinguïn). De vrouwtjes leggen maar één ei en gaan dan terug naar het water. De vaders dragen het ei op hun poten. Ze houden het warm onder een huidplooi, als een soort theemuts. Ze schuifelen er heel voorzichtig mee rond. In de ijzige poolkou gaan ze dicht tegen elkaar aan staan om warm te blijven. Als de eieren uitkomen, dan komen de moeders terug uit zee. Ze hebben zich dik en rond gegeten en brengen een krop vol vis voor hun kuiken mee. Nu mogen de vaders naar zee, ze hebben 90 dagen niet gegeten.Pinguïncrèche
Als pinguïnkuikens wat groter worden, komen ze bij elkaar in een ‘crèche’. Vaak met duizenden tegelijk. Dat is lekker warm en veilig. De ouders moeten keihard werken om voedsel te halen voor hun dikke donzen kinderen. Ze weten in alle drukte haarscherp hun eigen jong te vinden. Dat herkennen ze aan het geluid!Pinguïns hebben een harde schetterende roep. Bij iedere soort en bij ieder dier klinkt die weer anders. Na een poos raken de jongen hun wollige dons kwijt. Ze krijgen echte veren. Daarna gaan ze allemaal de zee in, zonder hun vader en moeder.
Grootste vijand
Vijanden van de pinguïns zijn vooral orka’s, zeeluipaarden en haaien. Op het land worden hun eieren en kuikens geroofd door vogels. Maar hun grootste vijand is de mens. Sommige pinguïnsoorten werden bijna uitgeroeid om hun vet en hun veren. Hun eieren werden opgegeten. Dat gebeurt tegenwoordig bijna niet meer. Op veel plaatsen gaat het zelfs heel goed met de pinguïns. Hun leefgebieden zijn nu beschermd natuurgebied. Maar op andere plaatsen wordt al hun voedsel weggevist. En raken de pinguïns verstrikt in visnetten. Ook vervuiling blijft een groot gevaar. Mensen gebruiken de oceanen als vuilnisbelt. Daardoor krijgen pinguïns soms gif naar binnen. Of ze raken besmeurd met olie van schepen.Wist je dit?
• Een normale zwemsnelheid bij de meeste pinguïns ligt rond de 25 km• Dat is ongeveer vijf keer zo snel als jij wandelt
• De pinguïns keren ieder jaar terug naar hun geboorteplaats om jongen te krijgen, sommige zwemmen zelfs duizenden kilometers om er te komen
• De pinguïn is zwart-wit omdat hij zich zo kan beschermen tegen roof- en prooidieren
• Vanonder is de witte buik tegen het heldere licht niet te zien en van bovenaf is de donkere rug tegen de donkere bodem ook slecht te zien




