Diereninfo
Alles over...Chinchilla's
Geschiedenis
Een paar honderd jaar geleden waren er nog erg veel chinchilla’s in het wild. In de 16e eeuw leefden deze knaagdieren in Peru en Chili. Ze bevolkten daar de hoger gelegen gedeelten van het Andesgebergte. In deze rotsachtige omgeving leefden ze in groepen van soms wel 100 stuks. Ze klauterden hier over de rotshellingen en sliepen in hun holen. De chinchilla is nu in de vrije natuur praktisch uit gestorven.
Pels
Het kan in het Andesgebergte zeer koud worden, daarom heeft de chinchilla een dikke vacht. Zijn vacht is dik omdat er uit één haarwortel wel 40 tot 120 haren groeien! De chinchilla laat een paar van de haren van zijn pels los als hij bang is of zich bedreigd voelt. Chinchilla's kunnen verschillende kleuren hebben: Wit, Wit Zilver, Blond, Black Velvet, Beige en de Ebony-black. Een combinatie van kleuren en tinten is mogelijk. Chinchilla's verzorgen hun vacht door te baden in speciaal zand. Hierdoor wordt het vuil en vettigheden opgenomen. De snorharen van de chinchilla kunnen tot een derde van de lichaamslengte van het dier zelf bereiken. Volwassen chinchilla’s zijn ongeveer 25 tot 35 centimeter lang, de staart is tussen de dertien en achttien centimeter lang. 
Uitsterven
Zijn prachtige vacht is helaas de ondergang van de chinchilla geworden. Allereerst waren er de indianen die het chincillabont gebruikten voor dekens en kleding. In de 18e eeuw kwamen de eerste chinchillapelzen naar Europa. En in de 19e eeuw werden ze een algemeen handelsartikel. Toen ging het steeds slechter met het bestaan van de chinchilla in het wild en leken ze zo goed als uitgestorven. In 1918 slaagde de Amerikaan M. Chapman er voor het eerst in 11 dieren te vangen uit de zo goed als uitgeroeide wildpopulatie. Met deze 11 dieren startte hij een bontfokkerij. Pas enige tijd later werd de chinchilla ook een geliefd huisdier. In Nederland worden op enkele tientallen bedrijven chinchilla's bedrijfsmatig gehouden voor de pelsproductie en de verkoop aan liefhebbers en dierenwinkels. De chinchilla mag echter vanaf 1998 niet meer voor de pelsproductie worden gehouden. Helaas is de chincilla in zijn oorspronkelijk leefgebied erg zeldzaam geworden. Er zijn gelukkig mensen bezig om de chinchilla weer terug te plaatsen in het wild en ze daar te beschermen zodat er weer een gezonde populatie chinchilla’s in het wild komt.
Gedrag
Een chinchilla is van nature uit echt een groepsdier. Deze diertjes mogen dan ook echt niet alleen gehouden worden. Als chinchilla's hun eigen ritme volgen zijn ze later in de avond en 's nachts het meest actief. Activiteit wisselen ze af met korte rustperioden/slaapjes. Dat betekent dat ze overdag rustig willen slapen en dat ze pas 's avonds gezellig worden. Niet voor iedereen dus geschikt als huisdier...
Chinchilla's zijn nieuwsgierig en tegelijkertijd schichtig; ze schrikken snel van onverwachte geluiden en bewegingen. Chinchilla's vinden het heerlijk om bezig te zijn. Zo kan de kooi aangekleed worden met buizen met een grote doorsnee, rieten mandjes om kapot te knagen of papieren zakjes half door de tralies te stoppen, zodat ze die er zelf tussenuit moeten trekken. Een chinchilla die er aan gewend is om opgepakt te worden is vrij gemakkelijk te hanteren. Je kunt hem rond de schouders pakken en ondersteunen met de andere hand, of hem op de hand scheppen terwijl je met de andere hand de staartwortel zo dicht mogelijk bij de rug vastpakt. Pak de chinchilla nooit bij de punt van de staart! Beweeg rustig en benader de chinchilla van opzij of van voren. In het wild worden ze bejaagd door roofvogels, als je een chinchilla ineens van bovenaf pakt kan hij zijn vacht loslaten als reactie. Chinchilla’s zullen niet snel bijten. Ze kunnen urine sproeien als ze zich bedreigd voelen, waarbij ze op hun achterpoten gaan staan.
Geluid
Chinchilla's maken verschillende geluiden.Contactgeluiden: een zacht, tevreden geluid dat het midden houdt tussen piepen en knorren. Dit wordt gebruikt tussen volwassen of bijna volwassen kooigenoten.
Moederbaby piepgeluiden: deze geluiden worden gebruikt door pasgeboren jongen tot ze een paar weken oude zijn. De moeder beantwoordt dit met hetzelfde soort gepiep vermengd met de contactgeluiden.
Blaffen: een geluid als een soort waarschuwing voor gevaar en angst. Zeer angstige chinchilla's zullen als pingpongballen door de kooi stuiteren, blaffende geluiden maken, vachtbijten, urine spuiten, of zelfs met elkaar vechten. Als dit gedrag optreedt is er duidelijk een bron van stress in de buurt, waardoor de chinchilla's zich hoogst ongemakkelijk voelen.
Voeding
De tanden van de chinchilla groeien snel, daarvoor moet je zorgen dat er in de kooi een knaagsteen of een knaagstang ligt. Een correcte voeding is van levensbelang. Het maag-darmstelsel is ingesteld op een voedingsstofarme voeding maar vezelrijk. Chinchilla's kunnen het beste gevoerd worden met speciale chinchillakorrels. Gemengd voer voor andere knaagdieren of konijnen is ongeschikt.Naast het hardvoer wordt dagelijks een handje droog hooi gegeven om de spijsvertering te bevorderen. Het beste kan men de dieren voeren als ze actief worden, dus in de late middag- of vroege avonduren. Het drinkwater kan het beste in een flesje met glazen of roestvrijstalen drinknippel gegeven worden. Grote hoeveelheden vers groenvoer moeten vermeden worden, omdat deze tot ernstige darmstoornissen kunnen leiden. Enkele grassprietjes of een blaadje andijvie als vers groenvoer kan geen kwaad. Tarwearen worden ook zeer gewaardeerd.
Af en toe een lekkernij, zoals een stukje oud wit brood, enkele rozijntjes, een stukje appel of een ongebrande pinda kan prima, maar nooit meer dan 1 of 2 van deze traktaties per dag. Evenals het konijn en de cavia eet de chinchilla delen van zijn ontlasting op (vitaminen)! Pas op voor wisselingen van voer; hier kan een chinchilla niet tegen!




